dinsdag 29 augustus 2017

Vliegerend schrijven



Samen met de wind spelen
Winkracht zes. Met mijn hakken in het zand sta ik te vliegeren. Mijn nichtje Meike vraagt of ze ook mag. 'Niet vandaag, het waait te hard. Je mag wel samen met mij, dan help ik je.'
‘Ik kan het heus wel alleen hoor,’ zegt ze en loopt boos weg.

 De volgende dag is het windkracht drie. 'Nu mag je wel,' zeg ik.
Zelfverzekerd neemt zij de handvaten over, de vlieger hoog in de lucht.
Ze zet zich schrap in het zand, de billen naar achter.
Naar rechts, naar rechts, zeg ik. Te laat, baf de vlieger stort neer.
'Wow,' zegt ze zacht. 'Nu snap ik wel waarom ik gister niet alleen mocht.'

Soms zijn de verlangens en de blokkades te sterk om in je eentje aan een boek te beginnen.
Daarom gaan we in de Spelen met je leven - weken samen schrijven.  Op 21 september beginnen we met z'n allen te schrijven. Ieder in zijn eigen huis, aan zijn eigen boek, maar toch samen. Zodat we op het moment dat de herfst begint, tegelijkertijd het stormachtige schrijfproces kunnen betreden.


Je verhaal mag af en toe instorten
Ik help haar de vlieger op te laten. Hij staat even mooi, maar stort dan weer neer. 
‘Da’s niet zo erg toch,’ zegt Meike. ‘Er zitten geen stokken in.’
Klopt, het is een matrasvlieger. Ik heb 'm zeven jaar geleden gekregen als afscheidscadeau van mijn collega’s, toen ik vertrok uit het cafe waar ik toen werkte.
Twee dingen die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, een vlieger en een bruin café.
Maar vliegeren heeft eigenlijk met alles te maken, heb ik ontdekt.


Ja, natuurlijk, ook met schrijven.

 Het oplaten van een vlieger is een beetje als het opstarten van een verhaal.
Natuurlijk stort ie een paar keer neer, voordat je de juiste flow, de juiste hoek met de wind hebt gevonden. Maar zolang er geen harde stokken inzitten is dat niet erg.
In het begin is je verhaal altijd een matrasvlieger, nog in elke vorm te vouwen, vrij om mee te experimenteren. En het is fijn als er iemand naast staat, die je helpt het verhaal weer op te laten.

De verbinding houden met je verhaal
En dan als je de stroom te pakken hebt, en dat had Meike vrij snel, gaat het vanzelf.
De ene keer staat er heel veel kracht op de vlieger, als je in de power zone zit, en soms, als je te dicht naar de wind toe beweegt, kan de vlieger bijna naar beneden dwarrelen. Zo gaat dat met schrijven ook. Soms heb je de smaak te pakken en zijn je woorden niet meer te stoppen en komen ze er vol kracht uit. Andere keren staat je vlieger wat suf aan de hemel mooi te zijn, maar zonder richting te vinden.

'De kunst is om de vlieger goed in de gaten te houden,' zegt Meike wijs. 'Je moet gewoon goed kijken,' zegt deze negenjarige vliegeraar. En zo is dat met schrijven ook. Als je de verbinding maar houdt met je verhaal.




En dat doe je eigenlijk met de Spelen met je leven - weken, je laat je verhaal op en laat de verbinding niet meer los. Soms heb je maar een half oog nodig, en soms alle aandacht. Maar de vlieger staat in de lucht, soms stort die neer, maar je laat m zo weer op. 

Jezelf laten vliegeren
 Tegenwoordig vlieger ik vaak met mijn ogen dicht, omdat ik de wind en de vlieger dan beter kan voelen, waar die heen wil, waar de vlagen zitten. Er is dan niet langer een vlieger die gevliegerd wordt, niet langer een schrijver die schrijft  - er is gewoon vliegeren – er is gewoon schrijven.

En vooral daar willen we komen in de Spelen met je Levenweken – dat schrijven steeds minder moeite kost. Dat je in een stroom komt, die niet meer te stoppen of om te keren is. Je benut elk vlaagje wind, want je verhaal staat in de lucht. 

Hoe langer je vliegert, hoe meer je weet wat je met zo’n vlieger allemaal kan. Je kan duikvallen en onverwachte wendingen maken in je verhaal. Je vertelt het niet recht toe recht aan, niet alleen maar van links naar rechts. Je maakt gebruik van de gehele power-zone, van al je potentieel.

Touwtjes in eigen handen
En ik geloof dat je na een kwartaal samen schrijven, makkelijker alleen verder kan. 
'Nu kan ik het wel, ook al is het windkracht zes,' zegt Meike stoer.

Door eerst samen te vliegeren, kan je daarna de touwtje in eigen handen nemen en kan je elke storm aan.

woensdag 22 maart 2017

Roze dolfijnen

Tijdens onze recente reis door India heeft mijn dochtertje Lotus (3 jaar) me geleerd om anders naar India te kijken. En naar mijn eigen leven.'We maken allemaal ons eigen verhaal.'

Een nieuwe wereld komt langzaam binnen
We zitten in de trein in India, op de grond een bedelaar, een jongetje die de grond veegt en die ik daarna 10 roepies geef. Lotus  kleurt een muis in en zingt ' piep zegt de muis in het voorhuis.'
We lopen naar een tempel, langs een rij van wel vijftig bedelaars. Lotus heeft haar vingers in de mond, sabbelt en droomt weg. Ik weet niet waar ze is, maar die bedelaars ziet ze niet.

Net zoals ze ook alle kleurrijke sari's niet ziet. De saddhu's. De crematievuren voor onze neus.

Een nieuwe wereld zien we niet in een keer. Ze opent zich langzaam voor ons. Dingen die te anders zijn, ziet Lotus niet, ze komen niet door haar filter heen.

Wel ziet ze de koeien op de straat. En de apen. En de papegaaien en de schoolkinderen in uniform. Dat sluit aan bij haar wereld. Daar kan ze wat mee.

En terwijl ik op de trappen van de Ganges zit, en naar een dansende Lotus kijk, vraag ik me af of er misschien ook dingen zijn die ik niet zie omdat ik er nog niet klaar voor ben. Omdat het niet door mijn filter heen gaat, ik ze nog niet kan herkennen. Wat is voor onze neus zonder dat we het zien?

Kijken met gewone ogen
We denken de wereld te kennen, maar we kennen ons eigen filter niet. We kijken met oude ogen. We refereren alles aan onze 'gewone' wereld. De plek waar we vandaan komen, dat wat we gewend zijn te zien.

Steeds meer begin ik te begrijpen dat het loslaten van je gewone, oude manier van kijken, het 'ongeloven' van je eigen gedachtepatronen en zienswijzen, de meeste beoefening vraagt. Nog meer dan bereid te zijn om nieuwe denkwijzen aan te nemen.

De weg onderweg maken
Toen wij op een dag naar een tempel reden, reden wij over een weg die ter plekke gemaakt werd. Een man met een schaal met stenen op zijn hoofd liep voor onze jeep, en stortte dat in een kuil. Wij hobbelden er daarna overheen.

En zo leven we ook, over wegen die we maken terwijl we rijden. Er is niet bam, een nieuwe wereld. De nieuwe weg glijdt over de oude heen. Je leert nieuwe woorden terwijl je in oude kuilen valt. Mijn kuilen zijn gemaakt van niet-liefde; ik zie wat er niet is, wat ik niet krijg, wat ik tekort kom. En ik kan dat niet in een keer 'ongeloven'. Dat gaat steen voor steen. Schaal voor schaal vul ik mijn eigen gaten.

Nieuwe ogen openen
En heel langzaam zie je dan opeens dingen die je eerst niet zag. Hey, kijk Lotus, er staan hier rieten huisjes naast de weg. Hey, Nanda, kijk, er is meer dan genoeg liefde.

En ook al kost het werk en aandacht, om de gewone wereld achter me te laten, en nieuwe ogen te openen, die meer-dan-genoeg-liefde hoef ik niet op te bouwen, te forceren of op te eisen. Die is er al, die stroomt met me mee, of ik het nu zie of niet.

Rivier naast de weg
Hoe langer ik over die weg rijd, hoe meer ik zie dat er een rivier naast mijn weg stroomt. Een rivier die zich niets aantrekt van mijn aannames, die oud en nieuw verenigt, die er gewoon is. Het nieuwe stroomt naar me toe en ik kan het zien als ik mijn ogen er voor open.

'Weet je dat er roze dolfijnen in de Ganges leven,'  zeg ik tegen Lotus als we weer in Varanasi zijn.
'Echt waar mammie?' Ik knik. Twintig jaar geleden heb ik er eentje gezien.
'Ik zie 'm, ik zie 'm!' zegt Lotus, ze wijst naar iets in de rivier. Roze dolfijnen zijn haar niet vreemd, die springen zo daar haar filter heen, naar binnen.

Fantasie en werkelijkheid
Hoe onwerkelijk India af en toe voor haar is, zo werkelijk is haar fantasiewereld. Ze loopt als een leeuw over straat, danst als een prinses om een meer, zwemt als een vis door de mensenmassa. En als er twintig jongens om haar heen staan te staren, speelt zij dat ze snoepjes eet. En die snoepjes zijn echter dan die jongens.

India is niet een vreemd, bedreigend land voor haar, zoals ik van te voren had gevreesd. India is een verlengde van haar innerlijke wereld. Haar fantasiewereld is echter dan India. Of in ieder geval zo echt dat ze niet onderdoet voor India.

De wereld is een verlengde van onze innerlijke wereld. Je ziet wat je kan zien, je ziet wat je zelf verzint. We maken allemaal ons eigen verhaal.

There is a river next to my road
There is flow next to my work
There is love next to my never enough
There is magic next to my reality

There is a child in my car
teaching me how to enter a new world
There is a teacher in my heart
learning me how to disbelief my mind

There is a river next to my road
It only takes a short look to see her
Lotus flowers floating full potential
It just takes a second to see eternity